© Jerry Van den Bosch -



NVKH
Erkend lid



De grondlegger van de Homeopathie is de Duitse arts Samuel Hahnemann. Geboren op 10 april 1755 te Meissen aan de Elbe en overleden op 2 juli 1843 te Parijs. Hij behaalde zijn doctoraat in de geneeskunde in 1779. Zoals ieder arts van zijn tijd, paste hij aderlatingen en lavementen toe en verstrekte hij medicijnen. Al heel snel werd hij zich niet alleen bewust van de povere resultaten, maar ook van de ijdelheid van zijn geneeskunst.
Samuel had een talenknobbel, hij beheerste het Grieks, Latijn, Engels, Frans, Hebreeuws en Arabisch. Hij begon zijn literaire gaven te gebruiken voor bijtende aanvallen tegen deze geneeskunde en gaf zelfs haar beoefening op. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werd hij wetenschappelijk vertaler. Tijdens de vertaling van de Materia Medica van Cullen (een Schotse Farmacoloog) stuitte hij op diens speculatieve bewering dat kinabast wisselkoorts genas op basis van z'n toniserende werking op de maag. Toen Hahnemann dat las, ontvlamde z'n kritische geest en besloot het middel op zichzelf uit te proberen en gedurende enkele dagen nam hij hoge doses kina in. Het gevolg was dat hij hoge koorts kreeg die veel gelijkenis vertoonde met de koorts die destijds met kina genezen werd. Daaruit besloot hij dat een stof die bij gezonde mensen bepaalde symptomen kan opwekken, deze ook in staat is dergelijke ziektesymptomen te genezen. Dit noemt men het gelijksoortigheidsprincipe.
Al van oudsher wordt in de wereld gezegd dat gif het medicijn is voor gif.
Hippocrates formuleerde dit principe als "similia similibus curentur" (het gelijke worde genezen met het gelijkende).
Het gelijksoortigheidsprincipe kunnen we ook toepassen in de dagelijkse situatie, als onze handen bevrozen zijn en we steken ze onder warm water dan beginnen onze handen te tintelen om gek van te worden, wrijven we ze echter in met sneeuw dan komen ze zachtjes op temperatuur. En zo zijn er nog vele voorbeelden te noemen. Denk maar in de zomer aan die zogenaamde 'verkwikkende' koude douche waarna je het nog eens zo warm hebt, in plaats van een warme douche te nemen waarna je het koeler krijgt.
Hahnemann noemde zijn nieuwe geneeskunde "homeopathie", een woord ontleent aan het Griekse omeos, dat 'gelijksoortig' betekent en pathos dat 'lijden' betekent. En dit in tegenstelling tot de allopathie, allo betekent 'anders'. Denk aan antibiotica, anti = tegen, bio = leven, "tegen het leven".



In het organon der geneeskunst van Hahnemann staat het volgende:
Als de mens gezond is, heerst de spirituele levenskracht (autocratie), die als Dynamis het stoffelijke lichaam (het organisme) leven doet, onbeperkt. Ze houdt al zijn delen in een bewonderenswaardige, harmonische werking, die zich uit in voelen en handelen, zo dat de met verstand toegeruste psyche zich vrij van dit levende, gezonde instrument kan bedienen voor de hogere bedoelingen van ons bestaan.
Wat is ziekte?
Ziekte is een ontstemming van deze levenskracht.
Wat wij ziekte noemen is de uiterlijke waarneembare vorm van deze ontstemming, de symptomen. Maar ziekte speelt zich helaas af op een dieper niveau. En om dat diepere niveau (de dynamis) te bereiken, dat we niet kunnen waarnemen, zijn we genoodzaakt om met een energetisch geneesmiddel (een gepotentieerd middel) te werken. In tegenstelling tot de gewone medicatie die zich enkel richt op de buitenkant, het organisme, waarmee we enkel de pathologie behandelen (bestrijden) en niet de verstoring zelf.
Non Inutilis Vixi